‘Essentiële zorg moet op de kaart komen te staan’

8 October 2019

Wassen, aankleden, voeden, mobiliseren, communiceren. Ze maken deel uit van verpleegkundige basiszorg, al eeuwenlang. Toch is er heel weinig bekend over hoe je dat effectief doet. Het onderzoeksprogramma Basic Care Revisited pakte een aantal thema’s op.

‘Essentiële zorg vormt de kern van het verpleegkundig beroep’, vertelt Sandra Zwakhalen. Zij is aan Universiteit Maastricht hoogleraar Verplegingswetenschap, gericht op Geriatrische Zorg Thuis. ‘Maar lange tijd heeft de nadruk in verpleegkundig onderzoek gelegen op het verlenen van hoogtechnologische zorg in complexe situaties. Als onderzoeksgroep hadden we juist essentiële zorg op het netvlies, in het ziekenhuis, verpleeghuis of thuis en ongeacht de patiëntenpopulatie. Die zorg is essentieel voor de kwaliteit van leven van patiënten, maar is nauwelijks wetenschappelijk onderbouwd.’ 

Het team zocht thema’s, waarvoor het op basis van eerdere beschrijvende studies, direct vergelijkende onderzoeken kon opzetten. ‘Daar zijn wassen & aankleden, voeding, mobiliseren en communiceren uitgekomen. We hebben een keuze moeten maken. Want essentiële zorg is bijvoorbeeld ook zorg in de laatste levensfase of zorg voor de toiletgang.’ 

Handen op de rug houden

Sandra Zwakhalen noemt als voorbeeld de studie naar het voorkomen van achteruitgang en het bevorderen van herstel in algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL). Die studie is verricht onder ziekenhuispatiënten en thuiswonende ouderen. ‘Er is gekeken naar de effecten van Function Focussed Care (FFC). Die werkwijze schoolt en ondersteunt verpleegkundigen er in om taken en zorg niet over te nemen, maar de handen meer op de rug te houden. Bij FFC gaat het er juist om de eigen kracht van patiënten te stimuleren en hen daardoor te activeren, zelfredzamer te maken en hun spierkracht te helpen behouden.’

Gedeelde waarde

Ze noemt het als voorbeeld omdat verpleegkundigen tot voor kort sterk geneigd waren mensen hun comfort te gunnen. ‘Het zijn echte doeners, voor wie het soms moeilijk is om bijvoorbeeld de koffie door een patiënt niet zelf in te laten schenken. Maar in de procesevaluatie van de studie zagen we dat de houding en manier van werken van FFC beetje bij beetje een gedeelde waarde aan het worden is. Ook bij hbo-v-studenten zie ik dat dit erg gepromoot is als onderdeel van de visie op goed verplegen. Het is een mooi voorbeeld van hoe kennis zich in de praktijk goed verspreidt.’

Vervolg

Dit onderzoek krijgt nu een vervolg binnen een nieuw ZonMw-project. ‘FFC biedt potentieel maar de effectiviteit ervan is nog onvoldoende aangetoond, daarvoor was de onderzochte groep te klein’, verklaart Sandra Zwakhalen. ‘We denken wel dat het nodig is om die manier van zorg langdurig in te zetten, bij patiënten thuis of in verpleeghuizen. We gaan in Utrecht, Nijmegen en Maastricht kijken hoe we een programma kunnen maken dat in beide settingen toepasbaar is. Daarmee zijn we onlangs gestart.’

Onderzoek naar wassen zonder water krijgt eveneens een vervolg. ‘Wassen zonder water is een gelijkwaardig alternatief voor wassen met water, zo blijkt. In Nederland wordt het veelvuldig gedaan. Maar wat opvalt is dat de methode niet optimaal wordt toegepast. Soms blijven er wasdoekjes over, of worden ze koud gebruikt. We gaan op verschillende locaties kijken naar de barrières en hoe goed gebruik te stimuleren is.’

Hoog op de agenda

Ook internationaal is het onderzoek van de Nederlanders opgepakt. ‘Er zijn verschillende plekken wereldwijd waar deelstudies van Basic Care Revisited worden herhaald of waarmee intensief word samengewerkt. Onder meer met Alison Kitson, de Australische grondlegger van het Raamwerk Essentiële Zorg, en haar collega Rebecca Feo . Er lopen tevens soortgelijke projecten in Engeland en Gent. Essentiële zorg staat internationaal hoog op de agenda en wordt verder vormgegeven.’

Olievlek

Wat het programma Basic Care Revisited uniek maakte in zijn opzet, is de samenwerking tussen de hoogleraren, universiteiten, hogescholen en zorginstellingen uit Utrecht, Nijmegen en Maastricht. ‘Wij vonden dat vanaf het begin noodzakelijk om essentiële zorg op de kaart te kunnen zetten. Je onderzoek kan dan grootschaliger, heeft een sterkere bewijslast en is niet afhankelijk van één locatie.’ 

Netwerken

Op elke locatie was één hoogleraar actief voor het programma en werkten 2 postdocs, die elk aan een ander thema verbonden zijn. ‘Ik ben zelf vanuit de Universiteit Maastricht als postdoc in het programma begonnen, verantwoordelijk voor het thema communicatie, in samenwerking met Maud Heinen van de Radboud Universiteit. In het programma is een netwerk gecreëerd tussen de postdocs en hoogleraren, die regelmatig in verschillende combinaties overleggen op een centrale plek in het land. Inmiddels zijn er ook behoorlijk wat promovendi in de projecten betrokken, die ook weer een onderling netwerk vormen. Bovendien zijn er bij de deelstudies meer dan 100 hbo-bachelorstudenten verpleegkunde en studenten van verschillende universitaire opleidingen,  waaronder van verplegingswetenschap uit Utrecht, betrokken. Zij krijgen begeleiding van een promovendus, postdoc of hoogleraar. Op die manier werkt het als een olievlek: resultaten van het onderzoek bereiken de haarvaten van de opleidingen en vinden hun plek in de praktijk. Hoewel het ook een uitdaging is om regelmatig bijeenkomsten te plannen, af te stemmen en tussendoor te overleggen, zijn de opbrengsten veel hoger dan de investeringen. Het rendement is veel hoger als je met meerdere instellingen samenwerkt. Ik kan het iedereen aanraden!’

Uit de artikelenreeks Basic Care Revisited

https://publicaties.zonmw.nl/tussen-weten-en-doen-ii/interview-met-sandra-zwakhalen/