“Ik ben trots dat ik onderzoeker ben geweest op dit project”

17 December 2020

Op vrijdag 4 december is Linda Hoek gepromoveerd op haar onderzoek “Verpleeg(t)huis” waarbij de eigen regie van de bewoner centraal stond en deze werd gefaciliteerd door een partnerschap tussen naasten en zorgverleners. Promoveren gebeurt uiteraard vaker binnen de Academische Werkplaats Ouderenzorg in Zuid-Limburg (AWO-ZL), maar elk project en ook elke promovendus is uniek. We spraken Linda over haar project, maar ook hoe zij de laatste fase van promoveren heeft ervaren naast alles wat er in haar privéleven speelde.

Eindelijk gepromoveerd! Hoe heb je het gevonden, de afgelopen 4 a 5 jaar tijdens het Verpleeg(t)huisproject?

“Ik voel me trots dat ik onderzoeker ben (geweest) op dit project. Met mijn achtergrond in fysiotherapie en gezondheidspsychologie heeft de ouderenzorg mij altijd enorm aangesproken. Ik vind het mooi om in gesprek te zijn met mensen op oudere leeftijd. Hun levensverhalen, ervaringen en wijze lessen zijn zo interessant! En toen ik met dit project mocht starten, was ik ontzettend blij. Al is het geen makkelijk project geweest. Alleen al de blikken die ik soms in het begin kreeg toen ik zei dat ik onderzoek deed naar eigen regie van mensen met dementie in het verpleeghuis: ‘Dat hebben veel mensen niet meer hoor’ werd mij vaak verteld. Tijdens mijn onderzoek heb ik gesprekken gevoerd met naasten, bewoners, zorgverleners, beleidsmedewerkers, cliëntenraden en experts op het gebied van ouderenzorg. Al kijkende in de praktijk was het voor mij heel duidelijk: mensen met dementie hebben zeker wel eigen regie, maar het is de omgeving die maakt of dit tot uiting komt of niet. En natuurlijk is dit vaak anders dan hoe mensen zonder dementie hun eigen regie voeren, maar ondanks de afhankelijkheid van anderen, weten veel bewoners met dementie nog steeds wel hun voorkeur aan te geven. 

Ik snap dat dit echt niet altijd makkelijk is, het vergt heel veel creativiteit, inlevings- en doorzettingsvermogen. Gelukkig heb ik met veel mensen in de praktijk samengewerkt die er precies zo over dachten en enorm gedreven waren om er met mij en m’n onderzoeksteam werk van te maken. Dit heeft mij enorm gemotiveerd om door te gaan. Een mooie start zou zijn om mensen met dementie niet langer ‘dementerenden’ te noemen of termen te gebruiken als ‘onze bewoners’ of ‘het zijn net kinderen’. Hiermee zou je hen, afhankelijk van zorg binnen het verpleeghuis, beter ondersteunen in hun eigen regie. Ik ben er door dit project - nog meer dan ooit - van overtuigd dat mensen met dementie die in het verpleeghuis wonen nog steeds zoveel mogelijk hun leven kunnen leiden zoals ze willen. Maar daarvoor moeten zij als persoon gezien worden, als individu met eigen wensen en behoeften die erkend moeten worden. 

Tijdens dit project heb ik ook onderwijs mogen verzorgen, een congres georganiseerd samen met collega’s, op congres geweest in binnen- en buitenland. Allemaal ontzettend interessant, ik heb daardoor veel geleerd op zowel professioneel als persoonlijk vlak.”

Afgelopen jaar is het project dan afgerond, je proefschrift geschreven en de promotiedatum geprikt. Hoe heb je je vervolgens voorbereid op je verdediging?

“Ik heb natuurlijk mijn proefschrift, waarin het werk van 4,5 jaar geschreven staat, nog eens grondig doorgelezen en me daarbij de vragen gesteld: wat zijn de belangrijkste boodschappen die voortkomen uit mijn proefschrift? Wat kan de praktijk met de resultaten van ons onderzoek? En waar moet nog verder onderzoek naar worden gedaan? Op die manier heb ik me zo goed mogelijk proberen voor te bereiden. Ook heb ik mijn lekenpraatje gemaakt, waarmee elke verdediging begint. Deze presentatie van een kwartier over mijn onderzoek en de belangrijkste boodschappen daarvan, heb ik keer op keer geoefend op onze zolderkamer. Zo`n praatje is hét moment om de belangrijkste boodschappen uit mijn project naar voren te halen. 

Natuurlijk heb ik tussendoor ook gezorgd voor de nodige ontspanning door regelmatig naar buiten te gaan voor wandelingen met m’n hond Zipfer en zijn we voorafgaand aan de promotie wat eerder naar Maastricht gekomen om nog even te genieten van al het mooie wat Maastricht en omgeving te bieden heeft.”

Normaal gesproken is het laatste jaar van een promotietraject allesbehalve saai, maar bij jou is er het afgelopen jaar wel erg veel gebeurd! 

“Klopt! We zijn ten eerste al verhuisd van Eindhoven terug naar mijn geboortestreek Twente. Ik prijs me gelukkig dat ik weer dichter in de buurt ben van familie, dat we een heel fijn huis hebben kunnen kopen in ons mooie Enschede en een hondje hebben mogen verwelkomen in ons nieuwe huis. Maar het meest bijzondere is toch wel dat we in verwachting waren van ons kindje en dat hij afgelopen zomer gezond geboren is. Allemaal ontzettend mooie gebeurtenissen die inderdaad tijdens en na de afronding van mijn project plaatsvonden. Was het alleen maar makkelijk? Dat zeker niet, maar ik ben er wel enorm dankbaar voor. M’n leven stond afgelopen jaar op z’n kop. Het afronden van m’n proefschrift, verhuizen van Eindhoven naar Enschede, niet meer elke dag pendelen tussen Eindhoven en Maastricht, een pup opvoeden (wat echt niet zo makkelijk is als het lijkt!) en mama worden. Ik denk dat ik na mijn verdediging even stil ga staan bij alle veranderingen. Maar bovenal ga ik genieten van ons nieuwe gezin en kijk ik terug op een mooie tijd in het zuiden.”

Heb je al een idee wat je wilt gaan doen nu je gepromoveerd bent? 

“Als iets me duidelijk is geworden tijdens het project, is het dat ik heel graag in de ouderenzorg wil blijven werken op een praktisch niveau. Het mooiste en leukste aan mijn project vond ik de tijd in de verpleeghuizen, waarbij ik samen met anderen een programma heb mogen implementeren. Ik kreeg energie van het idee dat we daadwerkelijk iets kunnen veranderen in de praktijk, wat ten goede komt voor bewoners met dementie, hun naasten en zorgverleners. Het is zo waardevol om bij te mogen dragen aan het verbeteren van het leven van verpleeghuisbewoners. Hier zie ik mezelf dan ook in verder gaan en ben me daarom in mijn (nieuwe) omgeving aan het oriënteren wat daarbij past en wat mogelijk is.”

Lees hier het proefschrift van Linda Hoek of de factsheet.